ECLI:NL:RBDHA:2024:20885
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure afgewezen
De Minister van Asiel en Migratie legde op 18 november 2024 aan eiser een vrijheidsontnemende maatregel op op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De zaak werd buiten zitting behandeld.
Eiser betoogde dat zijn verblijf op Schiphol tussen 17 en 18 november 2024 onrechtmatig was, omdat hij toen al aanwezig was zonder dat de toegang geweigerd was, en dat de wijze van detentie in het detentiecentrum in strijd is met het Reglement regime grenslogies. De rechtbank oordeelde dat het verblijf in de lounge niet langer dan een nacht duurde en dat vrijheidsbeperking pas relevant is als deze langer dan 24 uur duurt. Daarnaast is de rechtbank niet bevoegd om te oordelen over de uitvoering van het regime in het detentiecentrum, omdat hiervoor een andere rechtsgang openstaat.
De rechtbank concludeerde dat de vrijheidsontnemende maatregel niet onrechtmatig is en wees het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.