Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.M.C. Bakker, griffier.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door verweerder op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogde dat het verblijf in het detentiecentrum niet voldeed aan het Reglement grenslogies en dat de asielaanvraag mogelijk niet binnen de grensprocedure werd behandeld.
De rechtbank overwoog dat bij toepassing van de grensprocedure niet bij oplegging van de maatregel een pré-toets hoeft plaats te vinden over de inwilligbaarheid van het asielverzoek. Verweerder moet een redelijke termijn krijgen om onderzoek te doen naar het asielverzoek en de geschiktheid voor de grensprocedure, waarbij de beoordeling na nader gehoor plaatsvindt. Uit het dossier bleek dat eiser op 22 november 2024 een gehoor heeft gehad en op 23 november 2024 is geïnformeerd over de voornemen tot afwijzing.
De rechtbank kon niet oordelen over de feitelijke uitvoering van het verblijf in het detentiecentrum, omdat daarvoor een andere rechtsgang openstaat. Gezien het voorgaande en het ontbreken van aanwijzingen voor onrechtmatigheid, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.