ECLI:NL:RBDHA:2024:20898
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening bij bijstandsstopzetting
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ingetrokken nadat het college een voorschot van €640,- had overgemaakt. Verzoeker vorderde daarop een veroordeling van het college in de proceskosten.
De voorzieningenrechter beoordeelde of het college geheel of gedeeltelijk was tegemoetgekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening in de zin van artikel 8:75a Awb. Dit vereist een directe relatie tussen het verzoek en de handeling van het bestuursorgaan.
Uit de stukken bleek dat het college het voorschot verleende in het kader van een nieuwe aanvraag om bijstand van verzoeker, niet vanwege het bestreden besluit van 18 maart 2024 dat de tijdelijke stopzetting van de bijstand betrof.
Daarmee ontbrak het procesbelang en was er geen tegemoetkoming aan het oorspronkelijke verzoek. Het subsidiaire verzoek om voorschotten bij lopende aanvragen was niet relevant voor het bestreden besluit.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om proceskostenveroordeling daarom af.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt afgewezen omdat het college niet is tegemoetgekomen aan het bestreden besluit.