ECLI:NL:RBDHA:2024:20912
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak belaging en niet-ontvankelijk verklaring vordering benadeelde partij
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het stelselmatig maken van foto's van een ander en diens omgeving met het oogmerk die persoon te intimideren. Het onderzoek vond plaats over meerdere zittingen tussen 2019 en 2024. Zowel de officier van justitie als de verdediging verzochten tot vrijspraak.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Er was geen aannemelijk bewijs dat verdachte foto's had gemaakt van de persoon of diens partner. Foto’s van het terrein en schip werden niet als wederrechtelijk beschouwd, omdat deze in het kader van andere gerechtelijke procedures waren gemaakt.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd van €8.448,44, bestaande uit materiële en immateriële schade. De rechtbank verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk omdat verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 12 december 2024, waarbij de verdachte werd vrijgesproken en de vordering van de benadeelde partij werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van belaging en de vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.