ECLI:NL:RBDHA:2024:2092
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen WOZ-waarde woning in Den Haag
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €411.000 voor het kalenderjaar 2022, met een waardepeildatum van 1 januari 2021. Hij stelde een lagere waarde van €320.000 voor. De rechtbank heeft het verzoek tot uitstel van de zitting afgewezen, omdat de gemachtigde van belanghebbende geen vervanging had geregeld.
De rechtbank heeft de onderbouwing van de heffingsambtenaar beoordeeld, die met vergelijkingspanden en correcties op KOUDV-factoren en oppervlakte aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de aanwezigheid van een brandgang en matige isolatie reeds in de vergelijkingsobjecten zijn verwerkt en dat de slechte ligging van de woning adequaat is meegenomen in de waardering.
Verder is vastgesteld dat de heffingsambtenaar aan zijn informatieplicht heeft voldaan door het toezenden van de taxatiekaart en correctiefactoren. De rechtbank wijst het betoog van belanghebbende af dat de onderlinge correcties en indexeringscijfers onvoldoende inzichtelijk zijn gemaakt, aangezien waarderen geen exacte wetenschap is en de WOZ-waarde als geheel beoordeeld moet worden.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet af van een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €411.000 wordt ongegrond verklaard.