ECLI:NL:RBDHA:2024:21052
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering compensatie kinderopvangtoeslag wegens evident geen recht
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de hoogte van de rentevergoeding voor de jaren 2008 en 2009 en tegen de weigering van compensatie voor de jaren 2010 tot en met 2013 inzake kinderopvangtoeslag. Verweerder kende compensatie toe voor 2008 en 2009 vanwege institutionele vooringenomenheid, maar wees compensatie af voor 2010-2013 omdat eiseres in die jaren evident geen recht had op toeslag. Dit vanwege opvang door een zoon zonder bemiddeling van een geregistreerd gastouderbureau.
De Commissie van Wijzen adviseerde dat de compensatieregeling niet van toepassing is voor 2010-2013 omdat geen geregistreerde gastouderopvang werd gebruikt. De rechtbank oordeelt dat verweerder dit advies terecht heeft gevolgd. Eiseres had moeten beseffen dat er geen recht op toeslag bestond. De rentevergoeding over 2008-2009 is correct berekend tot de datum van het primaire besluit.
De rechtbank stelt vast dat de opvang in 2010-2013 plaatsvond zonder geregistreerde gastouderopvang, waardoor sprake is van een ernstige onregelmatigheid die aan eiseres is toe te rekenen. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres evident geen recht had op kinderopvangtoeslag in de jaren 2010-2013.