ECLI:NL:RBDHA:2024:21135
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting op grond van Unierecht
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 25 oktober 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin verzoeker een voorlopige voorziening vroeg tegen zijn uitzetting uit Nederland. De minister van Asiel en Migratie had het verblijfsrecht van verzoeker op grond van het Unierecht beëindigd en hem ongewenst verklaard. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om uitstel van uitzetting totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling van griffierecht vanwege betalingsonmacht. De minister verzette zich niet tegen het verzoek om voorlopige voorziening. Gelet op de belangen en de spoedeisendheid werd het verzoek toegewezen, waardoor de uitzetting werd verboden tot vier weken na de beslissing op het bezwaar.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op een vast bedrag van € 875,- voor de ingediende proceshandeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.