ECLI:NL:RBDHA:2024:2123
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en bevestiging terugkeerbesluit wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, een Iraakse Turkmeense man, vroeg asiel aan vanwege vrees voor eerwraak na een relatie met een Koerdisch meisje. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het verhaal, met name over de relatie en de tijdlijn van vertrek uit Irak.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas vanwege wisselende verklaringen over vertrekdata en het ontbreken van bewijs voor de relatie. Documenten zoals een verklaring van vogelvrijverklaring werden niet als authentiek erkend.
Hoewel eiser zich beroept op zijn lidmaatschap van een kwetsbare minderheidsgroep en medische onderbouwing, vindt de rechtbank onvoldoende individuele en geloofwaardige aanwijzingen voor een reëel risico bij terugkeer.
Het terugkeerbesluit en het inreisverbod worden als rechtmatig beoordeeld, mede omdat eiser geen verblijfsrecht van zijn vrouw in Nederland heeft aangetoond. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en griffier en is openbaar bekendgemaakt. Hoger beroep is mogelijk binnen een week na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.