Eiseres diende een asielaanvraag in na vertrek uit Eritrea, vanwege vrees voor arrestatie door militaire autoriteiten die haar zoon, die dienstplicht ontweek, zochten. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de verklaringen over de dienstweigering en de omstandigheden rondom het verzegelen van haar woning.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verkrijgen van een uitreisvisum en het jarenlang ontlopen van dienstplicht door de zoon ongeloofwaardig zouden zijn. Het ambtsbericht Eritrea 2023 vermeldt namelijk dat er sprake is van corruptie bij visumafgifte en dat plattelandsgebieden mogelijk minder intensief worden gecontroleerd.
Ook de tegenstrijdigheden in verklaringen over het verzegelen van de woning en het verwijderen van het dak zijn onvoldoende onderbouwd om de geloofwaardigheid van eiseres te ondermijnen. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de minister op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Het beroep is gegrond verklaard en de zaak wordt door de minister opnieuw beoordeeld, waarbij rekening moet worden gehouden met de bevindingen van de rechtbank.