ECLI:NL:RVS:2025:165
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 11 juni 2024 aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 december 2024 de beroepen gegrond verklaarde, de besluiten vernietigde en de minister opdroeg nieuwe besluiten te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening, waarmee hij wilde bereiken dat hij de uitspraken van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat de uitvoering van de rechtbankuitspraken niet tot onherstelbare gevolgen leidt en geen onevenredige inspanning van de minister vraagt. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister moet de proceskosten vergoeden.