ECLI:NL:RBDHA:2024:21437
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Zwitserland
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat hij in Zwitserland slecht behandeld was, geen opvang kreeg, gediscrimineerd werd en psychische klachten heeft. Tevens voerde hij aan dat hij niet op 18 juli 2024 was verschenen voor een gehoor, maar wel op 19 juli 2024 een aanmeldgehoor had. De rechtbank oordeelde dat deze punten onvoldoende onderbouwd waren en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland mag vertrouwen op de naleving van internationale verplichtingen door Zwitserland.
De rechtbank stelde dat eiser geen concrete bewijsstukken overlegde waaruit tekortkomingen in het Zwitserse asielstelsel blijken. Ook de psychische klachten waren niet voldoende onderbouwd om overdracht aan Zwitserland te weigeren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.