ECLI:NL:RBDHA:2024:21460
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen verlenging overdrachtstermijn Dublinprocedure wegens onderduiken
Eiseres had beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om de overdrachtstermijn in het kader van de Dublinverordening met 18 maanden te verlengen vanwege onderduiken. De rechtbank oordeelt dat eiseres procesbelang heeft, omdat zij nog contact onderhoudt met haar gemachtigde en zich nog in Nederland bevindt.
De kern van het geschil is of sprake is van onderduiken. Eiseres stelt dat zij uit paniek vertrok na het horen van haar zwangerschap en dat zij telefonisch bereikbaar was, maar niet meer terug kon naar het AZC. De rechtbank stelt vast dat eiseres zich niet heeft gemeld voor de meldplicht en de minister niet heeft geïnformeerd over haar verblijfplaats.
Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting concludeert de rechtbank dat eiseres doelbewust buiten bereik van de autoriteiten is gebleven om overdracht te voorkomen. De minister heeft de verlenging van de overdrachtstermijn terecht gebaseerd op artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken wordt ongegrond verklaard.