ECLI:NL:RBDHA:2024:21463
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing visum kort verblijf wegens ontbreken tijdige beroepsgronden
Eiseres diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf, welke door verweerder op 8 september 2023 werd afgewezen. Hiertegen werd bezwaar gemaakt, dat op 10 september 2024 kennelijk ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiseres beroep in op 13 september 2024.
De rechtbank oordeelde dat het beroepschrift niet voldeed aan de wettelijke eisen, omdat eiseres geen beroepsgronden had vermeld zoals vereist in artikel 6:5 Awb Pro. Ondanks twee verzoeken van de rechtbank om binnen een gestelde termijn alsnog de gronden aan te vullen, bleef eiseres in gebreke.
Gezien het ontbreken van geldige redenen voor het niet indienen van beroepsgronden en het niet reageren op de verzoeken, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdige beroepsgronden.