ECLI:NL:RBDHA:2024:21467
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onjuiste nadere beslistermijn bij asielaanvraag ongegrond verklaard
Opposante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 26 maart 2024, waarin de rechtbank heeft bepaald dat verweerder binnen acht weken na verzending van die uitspraak een besluit op haar opvolgende asielaanvraag moet nemen. Opposante betoogde dat deze termijn onjuist was omdat zij reeds op 16 oktober 2023 was gehoord, waardoor volgens haar een kortere beslistermijn van twee weken had moeten gelden.
De rechtbank oordeelt dat de formulering van de eerdere uitspraak en de omstandigheden voldoende duidelijk maken dat de beslistermijn van acht weken na verzending van de uitspraak terecht is vastgesteld. Dit is in lijn met jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het belang van zorgvuldige besluitvorming, zoals neergelegd in artikel 31, tweede lid, van de Procedurerichtlijn.
De rechtbank stelt vast dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van 26 maart 2024 in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet tegen de nadere beslistermijn wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.