ECLI:NL:RBDHA:2024:21509
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hogere aanvullende werkelijke schadevergoeding in toeslagenaffaire
Eiseres, gedupeerde van de toeslagenaffaire, vordert een hogere aanvullende werkelijke schadevergoeding dan het door verweerder toegekende bedrag van €15.150. Zij stelt dat haar hartproblemen, ontstaan begin 2009, het gevolg zijn van stress door terugvorderingen kinderopvangtoeslag vanaf 2010, en dat er sprake is van een causaal verband.
Verweerder baseert zich op het deskundigenadvies van de Commissie Werkelijke Schade (CWS) en het advies van de bezwaarschriftenadviescommissie (BAC). De CWS concludeert dat het ziektebeeld van eiseres vóór de eerste terugvordering lag, waardoor geen causaal verband bestaat. De BAC adviseert het bezwaar ongegrond te verklaren, wat verweerder volgt.
De rechtbank stelt vast dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij vóór 26 februari 2010 met terugvorderingen werd geconfronteerd. Ook is het advies van de CWS zorgvuldig en gemotiveerd. Hoewel de CWS proportionele aansprakelijkheid toepast voor vermogensschade door de gedwongen verkoop van de auto in 2008, is dit niet zonder meer navolgbaar, maar leidt dit niet tot vernietiging van het besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is omdat eiseres geen hogere schadevergoeding kan claimen zonder aannemelijk gemaakte causale relatie. Het vertrouwensbeginsel faalt, en eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op een hogere aanvullende werkelijke schadevergoeding wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van causaal verband.