ECLI:NL:RVS:2023:3620
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling compensatie en aanvullende compensatie kinderopvangtoeslag hersteloperatie
Appellante maakte tussen 2006 en 2010 gebruik van kinderopvang waarvoor zij aanvankelijk €38.334 aan toeslagvoorschotten ontving. De Belastingdienst stelde later vast dat de opvangorganisatie niet geregistreerd was, waardoor het recht op toeslag werd verlaagd en voorschotten werden teruggevorderd. Appellante ontving een compensatie van €72.382 in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag.
Appellante vorderde in twee procedures hoger beroep tegen de besluiten van de Belastingdienst die haar compensatie toekenden en haar verzoek om aanvullende compensatie voor werkelijk geleden schade afwezen. Zij stelde dat de compensatie te laag was en dat zij recht had op vergoeding van diverse materiële en immateriële schadeposten, waaronder vervangende opvangkosten, inkomensschade en studiekosten van haar zoon.
De Raad van State oordeelde dat de compensatie correct was vastgesteld conform de Wet hersteloperatie toeslagen en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar werkelijke schade hoger was dan het toegekende bedrag. De Raad verwierp onder meer haar vorderingen voor opvangkosten 2011-2013, inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid, en overige schadeposten. Ook werd bevestigd dat de immateriële schadevergoeding van €13.000 passend was.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees de verzoeken om aanvullende compensatie en schadevergoeding af. De compensatie en afwijzing van aanvullende compensatie zijn daarmee in stand gebleven.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de compensatie van €72.382 en wijst het verzoek om aanvullende compensatie af.