Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster,
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende op 5 juli 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift van 14 februari 2024 inzake de afwijzing van haar visumaanvraag voor kort verblijf. Tijdens de procedure heeft de minister van Buitenlandse Zaken bij besluit van 14 augustus 2024 de visumaanvraag alsnog ingewilligd. Hierop trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat de minister door het alsnog inwilligen van de aanvraag geheel aan het beroep tegemoet is gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval de proceskosten toewijzen. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem en een wegingsfactor die rekening houdt met de beperkte aard van het beroep.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van dit bedrag aan verzoekster. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 17 december 2024.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster.