Eiseres, van Palestijnse afkomst, diende op 20 december 2022 haar vijfde opvolgende asielaanvraag in. Zij legde een Palestijns paspoort en een rijbewijs uit de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) over ter onderbouwing van haar identiteit en nationaliteit. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de herkomst van eiseres niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat eiseres tegenstrijdige verklaringen heeft gegeven over haar verblijf in Syrië, Libanon en Abu Dhabi. Een taalanalyse wees uit dat haar spraak overeenkomt met Libanon, zonder aanwijzingen voor langdurig verblijf in Syrië of de VAE. Haar antwoorden tijdens het gehoor waren inconsistent en onvoldoende om langdurig verblijf in Abu Dhabi aannemelijk te maken. Het overgelegde rijbewijs toont slechts aan dat zij ooit in de VAE was.
Eiseres stelde dat ambtshalve toetsing aan het buitenschuldbeleid en een nieuw medisch advies nodig waren, maar de rechtbank verwierp deze gronden. De minister hoefde bij een opvolgende aanvraag geen reguliere verblijfsvergunning ambtshalve te toetsen en een nieuw medisch advies was niet vereist zonder aanwijzingen voor verslechterde gezondheid. De rechtbank bevestigt dat de minister Abu Dhabi terecht als terugkeermogelijkheid heeft aangewezen, ondanks de ongeloofwaardigheid van de herkomst.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw op 17 december 2024.