ECLI:NL:RVS:2024:1970
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- E. Steendijk
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Verplichting staatssecretaris om land van terugkeer te noemen in terugkeerbesluit ondanks onduidelijkheid nationaliteit vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit, nationaliteit en herkomst. Vervolgens nam hij een terugkeerbesluit zonder een land van terugkeer te noemen. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het ontbreken van een land van terugkeer het terugkeerbesluit onrechtmatig maakte en stelde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met vermelding van het land van terugkeer.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij niet verplicht is een land van terugkeer te noemen wanneer de vreemdeling zijn nationaliteit en herkomst niet aannemelijk maakt en dat een aanvullend terugkeerbesluit later kan volgen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat elk terugkeerbesluit een of meer landen van terugkeer moet vermelden, ook als de vreemdeling onvoldoende meewerkt. Het noemen van het door de vreemdeling gestelde land van nationaliteit of herkomst is toegestaan, ook als dit niet aannemelijk is gebleken.
De Afdeling benadrukt dat de staatssecretaris geen actief onderzoek hoeft te doen na de asielprocedure om het land van terugkeer vast te stellen, vooral als de vreemdeling niet meewerkt. Het terugkeerbesluit dient het formele doel om het onrechtmatig verblijf vast te stellen en de terugkeerprocedure te starten. De staatssecretaris moet echter wel een nieuw terugkeerbesluit nemen als het land van terugkeer later anders blijkt te zijn. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit zonder land van terugkeer wordt vernietigd.