ECLI:NL:RBDHA:2024:2159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en gezinseenheid
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat volgens de Dublinverordening Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling. De staatssecretaris heeft Nederland een verzoek tot terugname aan Zweden gedaan, dat is geaccepteerd.
Eiser betoogt dat overdracht aan Zweden de eenheid van zijn gezin in gevaar brengt, aangezien zijn echtgenote en minderjarige kinderen nog in Nederland verblijven en hun overdrachtstermijn is verstreken. De staatssecretaris stelt dat de eenheid van het gezin gewaarborgd blijft omdat ook de aanvraag van de echtgenote en kinderen niet in behandeling wordt genomen en zij zouden worden overgedragen. De situatie is ontstaan doordat de echtgenote niet meewerkte aan de overdracht.
De rechtbank oordeelt dat de Dublinverordening en de Vreemdelingencirculaire de staatssecretaris een ruime bestuurlijke vrijheid geven om de overdracht te effectueren, ook als bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Omdat Zweden het terugnameverzoek heeft aanvaard en de eenheid van het gezin bij overdracht gewaarborgd is, is het beroep ongegrond. De asielaanvraag van eiser is terecht niet in behandeling genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Zweden verantwoordelijk is en de eenheid van het gezin gewaarborgd blijft.