In deze bestuursrechtelijke zaak hebben meerdere eisers beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de minister een beslistermijn van acht weken werd opgelegd, met een dwangsom bij overschrijding.
De aanvraag van een van de eisers is ingetrokken, waardoor het beroep voor die eiser niet-ontvankelijk is verklaard. Voor de overige eisers oordeelt de rechtbank dat de minister de beslistermijn opnieuw heeft overschreden, ondanks een herstel van verzuim en een toegewezen behandelaar.
De rechtbank acht een beslistermijn van zestien weken onredelijk lang en legt een termijn van acht weken op. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500. Daarnaast worden de proceskosten van de eisers aan hen toegekend.