ECLI:NL:RBDHA:2024:21631

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 december 2024
Publicatiedatum
19 december 2024
Zaaknummer
NL24.50014
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b VwArt. 96, derde lid Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring in vreemdelingenrecht

Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is sinds ruim acht maanden vrijheidsbenomen, waarvan 2,5 maand op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel van bewaring en verzocht om schadevergoeding.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel tot 25 november 2024 rechtmatig was en heeft nu beoordeeld of het voortduren ervan daarna nog gerechtvaardigd is. Ondanks dat eiser in afwachting is van de uitkomst van zijn beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en een voorlopige voorziening is getroffen, blijft er een reëel risico op onttrekking bestaan.

Verweerder heeft gemotiveerd dat een lichter middel niet toereikend is, mede doordat eiser eerder niet meewerkte aan zijn uitzetting en pas vlak voor de geplande uitzetting een opvolgende aanvraag indiende. De rechtbank ziet geen gewijzigde omstandigheden die het voortduren van de maatregel onrechtmatig maken.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50014

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. G.A. Dorsman),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. R. Hopman).

Procesverloop

Verweerder heeft op 2 oktober 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Deze maatregel is verlengd met toepassing van artikel 59b, derde lid, van de Vw. De verlegde maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
Desgevraagd heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 19 december 2024 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Algerijnse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1990.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring en het voortduren daarvan al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 16 oktober 2024 [1] en 25 november 2024 [2] volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan de laatste uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, ter beoordeling of sinds 25 november 2024 het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat het beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag nog aanhangig is. In afwachting van de uitkomst van het beroep is een voorlopige voorziening getroffen op 9 december 2024, waardoor eiser de behandeling in Nederland mag afwachten. Eiser betwist dat hij de aanvraag enkel heeft ingediend om zijn vertrek te voorkomen. Eisers vrijheidsbeneming duurt inmiddels ruim acht maanden, waarvan 2,5 maand op de grondslag 59b van de Vw. Het belang van eiser om zijn beroep in vrijheid af te wachten weegt volgens hem zwaarder dan het belang van verweerder bij het voortzetten van de maatregel.
5. De rechtbank stelt vast dat er nog altijd een risico op onttrekking bestaat. Uit de eerdere uitspraken van de rechtbank volgt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat in het geval van eiser een lichter middel niet toereikend is. De totale duur van de opeenvolgende maatregelen is mede het gevolg van het handelen van eiser die eerder niet meewerkte aan zijn uitzetting en daarbij een half jaar heeft gewacht, tot een dag vóór de geplande uitzetting, met het indienen van een opvolgende aanvraag. De stand van zaken in zijn verblijfsrechtelijke procedure maakt niet dat de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat het voortduren van de maatregel niet langer gerechtvaardigd is. Ook overigens ziet de rechtbank geen aanleiding om de maatregel op enig moment onrechtmatig te achten.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 19 december 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.