Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank constateert dat bijzondere omstandigheden, zoals achterstanden in de behandeling van asielaanvragen, aanwezig zijn, maar acht een nadere beslistermijn tot uiterlijk 2 maart 2025 redelijk.
De rechtbank weegt het belang van een zorgvuldige beslissing door verweerder af tegen het belang van eiser om spoedig duidelijkheid te krijgen. De vastgestelde termijn overschrijdt de maximale termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn niet.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Tevens worden proceskosten toegekend aan eiser ter hoogte van € 437,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt middels een geanonimiseerde publicatie.