Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De vreemdeling, met Algerijnse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de overheid onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting en dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank heeft het eerdere onderzoek en uitspraak van 22 november 2024 betrokken en beoordeelde alleen de periode daarna. Uit het voortgangsrapport bleek dat op 14 november 2024 een aanvraag voor een laissez-passer bij de Algerijnse autoriteiten is ingediend en op 5 december 2024 een rappel is verstuurd. De rechtbank oordeelde dat dit voldoende voortvarendheid toont.
De stelling van eiser dat hij geen nationaliteit bezit werd niet onderbouwd en de Algerijnse autoriteiten hebben nog niet geweigerd een laissez-passer af te geven. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.