ECLI:NL:RBDHA:2024:21694

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2024
Publicatiedatum
20 december 2024
Zaaknummer
NL24.50049
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 lid 3 Vw
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard

De vreemdeling, met Algerijnse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de overheid onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting en dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn.

De rechtbank heeft het eerdere onderzoek en uitspraak van 22 november 2024 betrokken en beoordeelde alleen de periode daarna. Uit het voortgangsrapport bleek dat op 14 november 2024 een aanvraag voor een laissez-passer bij de Algerijnse autoriteiten is ingediend en op 5 december 2024 een rappel is verstuurd. De rechtbank oordeelde dat dit voldoende voortvarendheid toont.

De stelling van eiser dat hij geen nationaliteit bezit werd niet onderbouwd en de Algerijnse autoriteiten hebben nog niet geweigerd een laissez-passer af te geven. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50049

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Verweerder heeft op 8 november 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 18 december 2024.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1999 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 22 november 2024 [1] volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek (20 november 2024) dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan eiser uitzetting en dat er geen zicht is op uitzetting van eiser binnen een redelijke termijn. Verweerder heeft enkel een aanvraag voor een laissez-passer (lp) ingediend en een rappel verzonden. Eiser heeft verder verklaard dat hij geen nationaliteit heeft. Er zal dus geen lp worden afgegeven door de Marokkaanse of Algerijnse autoriteiten. Zij hebben eerder ook geen lp afgegeven.
5. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting of dat er geen redelijk vooruitzicht is op uitzetting van eiser binnen een redelijke termijn. De rechtbank maakt op uit het voortgangsrapport dat op 14 november 2024 de aanvraag voor een lp voor eiser is ingediend bij de Algerijnse autoriteiten. Op 5 december 2024 is naar aanleiding hiervan een schriftelijk rappel gestuurd naar de Algerijnse autoriteiten. Gelet op het korte tijdsverloop sinds het sluiten van het onderzoek in het vorige beroep werkt verweerder hiermee voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser. Eisers stelling dat hij de Marokkaanse noch de Algerijnse nationaliteit heeft maakt niet dat er geen zicht op uitzetting naar een van deze landen bestaat. Eiser heeft zijn stelling namelijk niet onderbouwd. Ook is niet gebleken dat eiser handelingen heeft verricht om zijn nationaliteit of het ontbreken daarvan aan te tonen. Bovendien hebben de Algerijnse autoriteiten tot op heden niet geweigerd een lp voor eiser af te geven. Gelet daarop slagen de beroepsgronden van eiser niet.
6. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 18 december 2024 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.