ECLI:NL:RBDHA:2025:790
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling zonder nationaliteit
Eiser, een vreemdeling zonder nationaliteit, is op 8 november 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 18 december 2024. Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn, mede omdat hij geen nationaliteit bezit. Verweerder stelde dat er wel zicht is op uitzetting en dat een aanvraag voor een laissez-passer bij de Algerijnse autoriteiten in behandeling is.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het zicht op uitzetting ontbreekt en dat verweerder voldoende voortvarend handelt, onder meer door het versturen van een rappel op 24 december 2024. Ook het ontbreken van actieve medewerking van eiser aan zijn uitzetting speelde mee. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.