ECLI:NL:RBDHA:2024:21711
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde dubbele bovenwoning in Den Haag
Eiseres betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van haar dubbele bovenwoning te Den Haag, gesteld op €530.000 per 1 januari 2022, en vordert een lagere waarde van €460.000, gebaseerd op een vergelijkingsobject. Verweerder handhaaft de waarde, onder verwijzing naar de eigen aankoopprijs van eiseres van €566.555 op 30 april 2021.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is, mede omdat de aankoopprijs recent is en geen feiten of omstandigheden zijn gesteld die de marktconformiteit van deze prijs ondermijnen. De door eiseres aangevoerde argumenten over een te groot tijdsverloop en een daling van woningprijzen in 2022 worden verworpen, omdat de waardepeildatum 1 januari 2022 betreft en de prijsindexering juist een stijging van 12% laat zien.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet in strijd met het zorgvuldigheids-, evenredigheids- en motiveringsbeginsel heeft gehandeld. Het gebruik van vergelijkingsobjecten is niet verplicht en de waardebepaling is gebaseerd op de transactieprijs van de woning zelf. Klachten over schending van het hoorrecht falen omdat eiseres geen verzoek tot hoorzitting heeft ingediend.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €530.000 wordt ongegrond verklaard.