De uitspraak betreft het verzet van een adresloze tegen de beslissing van de rechtbank van 7 augustus 2024, waarin het beroep van opposant tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor opslagkosten van €1.299,05 ongegrond werd verklaard.
Opposant had een aanvraag ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Katwijk, die op 4 oktober 2023 werd afgewezen en op bezwaar van 28 december 2023 werd gehandhaafd. De rechtbank oordeelde dat het college terecht de aanvraag afwees omdat opposant was uitgeschreven uit de gemeente Katwijk en zijn feitelijke verblijfplaats niet had opgegeven, waardoor het college niet kon vaststellen welk bestuursorgaan bevoegd was.
In het verzet heeft opposant geen nieuwe gronden aangevoerd die het eerdere oordeel zouden kunnen wijzigen. De rechtbank concludeert daarom dat het verzet ongegrond is en bevestigt de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.