ECLI:NL:RBDHA:2024:21746
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering uitwonendenbeurs op grond van de Wsf 2000
Eiseres ontving studiefinanciering als uitwonende student over de periode september tot en met november 2023. Verweerder herzag dit omdat eiseres zich pas op 3 november 2023 in de BRP inschreef op het uitwonende adres, terwijl de peildatum voor studiefinanciering de eerste dag van de maand is. Hierdoor werd de beurs teruggevorderd.
Eiseres betwist niet de late inschrijving maar stelt dat zij een waarschuwing had moeten krijgen en dat de terugvordering onevenredig is, mede vanwege financiële problemen. Verweerder wijst op de wettelijke bepalingen die de BRP-inschrijving als maatstaf stellen en de automatisering van controle.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot herziening en dat de wetgever bewust heeft gekozen voor de BRP-inschrijving als bepalende factor. Er is geen ruimte voor toepassing van de hardheidsclausule of coulance. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en terugvordering van haar uitwonendenbeurs wordt ongegrond verklaard.