ECLI:NL:CRVB:2019:2137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering naar thuiswonende norm en terugvordering bevestigd
Appellant kreeg aanvankelijk studiefinanciering toegekend op basis van de norm voor uitwonende studenten. Later werd vastgesteld dat hij in de basisregistratie personen (brp) stond ingeschreven op hetzelfde adres als zijn vader, waardoor de studiefinanciering werd herzien naar de norm voor thuiswonenden en een bedrag werd teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees op de wettelijke bepalingen die de inschrijving in de brp als bepalend stellen voor de woonstatus. De feitelijke woonsituatie, hoe zelfstandig ook, is volgens de rechtbank en de Raad niet relevant voor de toepassing van de hardheidsclausule.
Appellant voerde aan dat zijn situatie uitzonderlijk was en dat de minister de hardheidsclausule had moeten toepassen, maar de Raad oordeelde dat de wetgever bewust heeft gekozen voor de brp-inschrijving als criterium. De herziening vond plaats binnen de wettelijke termijn en het beleid van de minister is niet onredelijk. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die tot afwijking van het beleid nopen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De herziening van studiefinanciering naar de norm voor een thuiswonende studerende en de terugvordering worden bevestigd.