ECLI:NL:RBDHA:2024:21828
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na vertrek vreemdeling met onbekende bestemming
Op 7 oktober 2024 wees de minister van Asiel en Migratie een asielaanvraag van eiser af als kennelijk ongegrond. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag. Tijdens de zitting op 18 december 2024 verschenen noch eiser, noch zijn gemachtigde, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of eiser nog procesbelang had. Verweerder deelde mee dat eiser op 15 oktober 2024 met onbekende bestemming was vertrokken, zonder contact te onderhouden. De gemachtigde van eiser bevestigde dat het laatste contact op 12 oktober 2024 was en dat sindsdien geen contact mogelijk was.
De rechtbank volgde vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat vertrek met onbekende bestemming zonder contact doorgaans betekent dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming. Gezien het ontbreken van contact en het vertrek met onbekende bestemming concludeerde de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer had.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.