Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder heeft de aanvraag van eiser niet-ontvankelijk kunnen verklaren. Het beroep is ongegrond.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Eritrese staatsburger met status in Cyprus, diende op 16 mei 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat eiser al internationale bescherming geniet in Cyprus.
Eiser betoogde dat de situatie voor statushouders in Cyprus slecht is, vergelijkbaar met Griekenland, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer toepasbaar is. Hij verwees naar het AIDA-rapport en stelde dat klagen bij Cypriotische autoriteiten zinloos is. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Cyprus een reëel risico loopt op schending van fundamentele rechten.
De rechtbank stelde vast dat eiser onderdak had en toegang tot sociale voorzieningen in Cyprus, en dat hij zijn rechten als statushouder moet effectueren. Ook het ontbreken van een individueel klachtrecht bij het Hof van Justitie EU leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat eiser ondanks vertrek uit opvang nog procesbelang had, maar dat de situatie op Cyprus niet zodanig slecht is dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel moet wijken. Het beroep werd afgewezen en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.