ECLI:NL:RBDHA:2024:21954
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Kroatië
Eiser, met Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de Minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. Eiser betoogde dat het besluit onbevoegd was genomen en dat Kroatië niet als verantwoordelijke lidstaat kon worden aangemerkt vanwege structurele pushbacks en mishandelingen.
De rechtbank stelde vast dat het besluit onterecht was ondertekend door de staatssecretaris in plaats van de minister, maar dat dit gebrek niet tot schending van belangen leidde. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië nog steeds geldt, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het ontbreken van nieuwe, overtuigende informatie.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder het besluit zorgvuldig had voorbereid en voldoende had gemotiveerd waarom geen individuele garanties op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro waren gevraagd. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië wordt ongegrond verklaard.