ECLI:NL:RBDHA:2024:21961
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Kroatische verantwoordelijkheid
Eiser, van Syrische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelt dat hij in Kroatië onder mensonterende omstandigheden is opgesloten en gedwongen werd zijn vingerafdrukken af te staan, en dat hij daarom niet naar Kroatië mag worden teruggestuurd. Hij voert aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege tekortkomingen in het Kroatische asielstelsel en verwijst naar jurisprudentie en rapporten die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro aantonen.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Kroatië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met genoemde artikelen. De enkele stellingen van eiser zijn onvoldoende onderbouwd en het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing. Ook is niet gebleken dat verweerder zijn discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro onjuist heeft toegepast.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.