Eiser diende op 28 februari 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf als gezinslid in het kader van nareis. De staatssecretaris besloot niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, welke met drie maanden was verlengd, op de aanvraag. Eiser stelde de staatssecretaris op 21 november 2023 in gebreke en diende vervolgens op 27 december 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de staatssecretaris de beslistermijn heeft overschreden. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van de beslistermijn bij gezinshereniging sprake is van een bijzonder geval en stelt een nadere termijn voor het alsnog beslissen vast. De staatssecretaris moet binnen acht weken na bekendmaking van het vonnis beslissen, tenzij nader onderzoek wordt ingesteld, dan binnen twintig weken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiser.