ECLI:NL:RBDHA:2024:2210
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling eigen bijdrage COA na ontvangst dwangsommen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 31 oktober 2022 waarbij haar eigen bijdrage in de kosten van opvang door het COA werd vastgesteld op €6.606,67, naar aanleiding van een ontvangen dwangsomvergoeding van €22.500,- van de IND. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe.
De rechtbank constateert een bevoegdheidsgebrek omdat het besluit was genomen door een teamhoofd dat daartoe niet bevoegd was, maar dit gebrek is later door bekrachtiging door een jurist van het COA hersteld. De rechtbank oordeelt dat eiseres hierdoor niet is benadeeld.
De rechtbank beoordeelt de beroepsgronden van eiseres, waaronder de motivering van het besluit en de berekening van de eigen bijdrage. Zij stelt vast dat het besluit voldoende is gemotiveerd, dat de berekening als bijlage is toegevoegd en dat de door eiseres ingebrachte nieuwe beroepsgrond te laat is en niet wordt behandeld.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtsgevolgen van het besluit door het tijdig indienen van het beroepschrift zijn opgeschort. De rechtbank veroordeelt het COA in de proceskosten van €218,75 wegens het bevoegdheidsgebrek.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de eigen bijdrage wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.