Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2024 in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Horen en beslissen in zaken waarin LHBTI-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd’. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat het voor de vreemdeling niet mogelijk is om met sluitend bewijs aannemelijk te maken dat hij LHBTI is.
[naam 3]’ heet terwijl hij in het nader gehoor spreekt over [naam 1]. Van eiser mag worden verwacht dat hij de naam van zijn gestelde partner, met wie hij naar eigen zeggen acht jaar een relatie heeft gehad, opnoemt. De rechtbank volgt niet het betoog van eiser dat er mogelijk sprake is geweest van een verkeerde notatie door de AVIM. Het verschil in klank en schrijfwijze is daarvoor te groot. Ook mag de minister aan eiser tegenwerpen dat hij onvoldoende weet te verklaren over de relatie die hij naar eigen zeggen met [naam 1] had. Eiser weet slechts te verklaren waar hij hem heeft ontmoet en kan aangeven wat hij leuk en minder leuk aan hem vond. Eiser heeft volgens de minister weliswaar enige kennis over de situatie van LHBTI’ers in Nederland maar weet over zijn eigen situatie niet te verklaren. Dit weegt volgens de minister niet in negatieve maar ook niet in positieve zin mee voor eiser. Ook heeft eiser volgens de minister enige kennis over de situatie van LHBTI’ers in Gambia maar daarover stelt de minister zich niet ten onrechte op het standpunt dat dit niet opweegt tegenover zijn overige ongeloofwaardig bevonden verklaringen over dit asielmotief. Eiser heeft aangegeven naar feesten te zijn geweest van LHBTI-organisaties in Nederland, maar weet de namen van deze organisaties niet te geven. Ook heeft eiser volgens de minister niet weten aan te geven waarvoor hij terecht kan bij LHBTI-organisaties of waarmee zijn hem eventueel zouden kunnen helpen. De minister wijst erop dat daar in het COA veel aandacht aan wordt besteed. De minister mag dit gebrek aan kennis aan eiser tegenwerpen.