ECLI:NL:RBDHA:2024:2215
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen weigering dwangsom wegens niet tijdig besluit studiefinanciering
Eiser verzocht om toekenning van een dwangsom omdat verweerder niet tijdig een besluit nam op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een studielening. Verweerder had de beslistermijn met een verdagingsbesluit verlengd, maar eiser betwistte de rechtmatigheid daarvan, onder meer vanwege het ontbreken van een juiste mandaatvermelding en vermeende discriminatie.
De rechtbank oordeelde dat de verdaging van de beslistermijn rechtmatig was, ook al was het verdagingsbesluit gebrekkig omdat niet expliciet werd vermeld dat het namens verweerder werd genomen. Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat eiser niet benadeeld was. Verder was er geen sprake van discriminatoir beleid of strijd met het Unierecht.
De rechtbank concludeerde dat de bevoegdheid tot verdaging bij de gemandateerde manager lag en dat de termijnverlenging tijdig was genomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een dwangsom wegens niet tijdig besluit is ongegrond verklaard.