ECLI:NL:RBDHA:2024:2216
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen weigering dwangsom bij uitstel beslistermijn studiefinanciering
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een aanvullende studiebeurs en verzocht om toekenning van een dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft de beslistermijn op het bezwaar met zes weken verdaagd en geweigerd een dwangsom toe te kennen. Eiser stelde dat het uitstel alleen in bijzondere gevallen geoorloofd is en dat de verdagingsbeslissing onbevoegd was genomen door een manager zonder mandaat.
De rechtbank oordeelt dat het bestuursorgaan bevoegd is om de beslistermijn te verdagen zonder motivering en dat deze bevoegdheid niet beperkt is tot bijzondere gevallen. De mandaatregeling geeft de manager van de afdeling Bezwaar, Beroep en Klachten de bevoegdheid tot dergelijke beslissingen. Hoewel het verdagingsbesluit niet expliciet vermeldt dat het namens verweerder is genomen, is dit gebrek niet relevant omdat de gemachtigde van eiser bekend is met de procedure en niet benadeeld is.
Verder is het verdagingsbesluit tijdig genomen en is niet gebleken van discriminatoir beleid of strijd met het Unierecht. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het bestreden besluit, waarin de dwangsom is geweigerd, in stand blijft. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een dwangsom wegens uitstel van de beslistermijn wordt ongegrond verklaard.