ECLI:NL:RBDHA:2024:2225
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag bpm en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Eiser betaalde bpm over een Renault Captur op basis van een CO2-uitstoot van 122 gram/km en een taxatierapport waarin een waardevermindering wegens schade was opgenomen. Verweerder stelde de handelsinkoopwaarde hoger vast met een lagere waardevermindering, leidend tot een naheffingsaanslag van € 2.321. Eiser stelde dat de aanslag onterecht en te hoog was en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden, omdat eiser meerdere keren was uitgenodigd voor een hoorgesprek maar deze had afgezegd.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser dat de bpm in strijd was met Unierecht en dat de CO2-uitstoot lager moest worden vastgesteld op basis van onderzoeken van KPMG en TNO. De waardevermindering op basis van het taxatierapport werd niet volledig aanvaard, omdat de door DRZ vastgestelde schade lager was. Wel werd een correctie van 15% op de handelsinkoopwaarde toegepast vanwege markt- en dealersituatie, waardoor de naheffingsaanslag werd verminderd tot € 2.181.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsfase met ruim 8 maanden was overschreden, waardoor eiser recht had op een vergoeding van immateriële schade van in totaal € 1.000, waarvan € 875 door verweerder en € 125 door de Staat te vergoeden. De rechtbank veroordeelde verweerder ook tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door rechter S.E. Postema op 21 februari 2024 en is openbaar. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De naheffingsaanslag bpm wordt verminderd tot € 2.181 en eiser krijgt een vergoeding van immateriële schade wegens termijnoverschrijding.