ECLI:NL:RBDHA:2024:2228
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Eiseres heeft een naheffingsaanslag BPM opgelegd gekregen die zij betwist vanwege een te hoog vastgesteld bedrag en schending van de hoorplicht. De rechtbank stelt vast dat de naheffingsaanslag, conform het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2023, met € 3.393 moet worden verminderd tot € 10.699. Een verdere vermindering of vernietiging is niet gerechtvaardigd.
De rechtbank oordeelt dat de hoorplicht niet is geschonden omdat eiseres meerdere keren is uitgenodigd voor een hoorgesprek, maar deze zelf heeft afgezegd of niet heeft willen laten doorgaan. De waardevermindering van de auto wegens schade is vastgesteld op 72% van de door de dienst Domeinen Roerende Zaken bepaalde schade, en eiseres heeft onvoldoende bewijs geleverd om een hogere waardevermindering aan te tonen.
Daarnaast is de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsprocedure met ruim tien maanden overschreden, waarvoor eiseres een vergoeding van immateriële schade toekomt van € 1.000, waarvan € 800 door verweerder en € 200 door de Staat worden vergoed. De rechtbank veroordeelt verweerder tevens in de proceskosten en draagt op het griffierecht te vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en de naheffingsaanslag verminderd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 10.699 en eiseres krijgt een vergoeding van immateriële schade wegens termijnoverschrijding.