ECLI:NL:RBDHA:2024:2230
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag bpm en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Eiser betaalde bpm over een Mercedes-Benz A-klasse, waarbij de inspecteur een naheffingsaanslag oplegde die hoger was dan door eiser opgegeven. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag moet worden verminderd tot €3.158, conform het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2023.
Eiser stelde daarnaast dat de naheffingsaanslag onterecht was vanwege een te hoge CO2-uitstoot en onjuiste koerslijstwaarde, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren. De waardevermindering wegens schade werd niet aannemelijk gemaakt, mede omdat de inspectiedienst geen schade constateerde.
Verder oordeelde de rechtbank dat het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel niet verder gaat dan het recht om opmerkingen te maken voorafgaand aan naheffing, en dat de procedure aan deze eis voldeed. De rechtbank kende eiser een vergoeding van €1.000 toe voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim 7 maanden.
De rechtbank veroordeelde de Staat en de inspecteur tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten van €2.370, en beval vergoeding van het griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en de naheffingsaanslag en belastingrente dienovereenkomstig verminderd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag bpm wordt verminderd tot €3.158 en eiser krijgt een vergoeding van €1.000 voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.