Uitspraak
Artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit
1.ECLI:EU:C:2014:1320.
Zicht op uitzetting
2.ECLI:NL:RVS:2015:3487.
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, stelde dat de minister onzorgvuldig had gehandeld bij de inbewaringstelling en dat hem onvoldoende informatie was verstrekt over de gronden van de bewaring, het recht op rechtsmiddelen en rechtsbijstand. Tevens voerde hij aan dat de minister geen verzwaarde belangenafweging had gemaakt en onvoldoende had gemotiveerd waarom geen lichter middel was toegepast.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet schriftelijk, in een voor hem begrijpelijke taal, was geïnformeerd over de redenen van de inbewaringstelling, wat een gebrek vormt. Dit gebrek weegt echter niet zwaarder dan de belangen van de minister bij de maatregel, mede omdat eiser gebruik heeft gemaakt van rechtsbijstand en tijdig beroep heeft ingesteld.
De gronden voor de maatregel van bewaring zijn feitelijk juist en voldoende gemotiveerd, inclusief de verzwaarde belangenafweging en het zicht op uitzetting naar Algerije. De minister heeft ook gemotiveerd waarom een lichter middel niet passend is. De rechtbank concludeert dat de maatregel niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.