ECLI:NL:RBDHA:2024:22457
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bij samenhangende beroepen wegens niet-tijdige beslissing vreemdelingenzaken
Verzoekers, bestaande uit een moeder en haar twee kinderen, dienden beroepen in tegen het niet tijdig beslissen op hun bezwaarschriften tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie. De minister nam uiteindelijk alsnog een inwilligend besluit voor de moeder en wees de bezwaarschriften van de kinderen af. Hierop trokken verzoekers hun beroepen in, met het verzoek om proceskostenvergoeding.
De minister bood aan de proceskosten gezamenlijk te vergoeden tot €437,50, maar verzoekers stelden dat de zaken niet als samenhangend mochten worden beschouwd omdat er aparte beroepschriften waren ingediend en werkzaamheden per zaak waren verricht. De rechtbank oordeelde echter dat de zaken wel samenhangend zijn, omdat het gaat om een homogene groep met vrijwel gelijke inhoudelijke beroepschriften en dezelfde gemachtigde.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding toe, met een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak en beperkte belangen. De vergoeding werd vastgesteld op €437,50, het bedrag dat voor één zaak toegekend zou worden, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Skerka op 20 december 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van €437,50 aan proceskosten wegens samenhangende beroepen.