ECLI:NL:RBDHA:2024:22459
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland en dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij een risico loopt zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat de overdracht aan Duitsland een onevenredige hardheid oplevert, zodat artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet van toepassing is.
Voorts is het beroep dat verweerder zich op grond van Werkinstructie 2021/3 had moeten vergewissen van de gevolgen van overdracht op de gezondheid van eiser ongegrond, omdat eiser niet heeft aangetoond medische klachten te hebben of in behandeling te zijn.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.