ECLI:NL:RVS:2025:41
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 25 oktober 2024 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij mondelinge uitspraak van 17 december 2024 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was omdat de vreemdeling niet had toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor een inhoudelijk oordeel niet mogelijk was.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 8 januari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.