De gecertificeerde instelling verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen in een gezinsgerichte voorziening vanwege zorgen over fysieke, psychische en seksuele veiligheid in de thuissituatie bij de ouders. De kinderen vertonen onder meer seksueel grensoverschrijdend gedrag en hebben een verzwaarde opvoedbehoefte. De moeder had een gezinsopname voortijdig afgebroken en de vader weigerde mee te werken.
De rechtbank erkent de zorgen over de veiligheid en opvoedcapaciteiten van de ouders, maar constateert ook recente positieve ontwikkelingen, met name bij de vader, die intensieve opvoedondersteuning ontvangt en een verbeterde emotieregulatie toont. De verslagen van de hulpverlenende instelling [instelling 2] worden als betrouwbaar beschouwd en tonen geen concrete acute onveiligheid.
De rechtbank oordeelt dat ambulante hulpverlening in de thuissituatie mogelijk is en dat een uithuisplaatsing niet noodzakelijk is. De kinderen zullen weer bij de ouders verblijven, waarbij intensieve hulpverlening en samenwerking tussen ouders en gecertificeerde instelling essentieel zijn voor stabiliteit en veiligheid.
De rechtbank benadrukt het belang van een stabiele opvoedsituatie en roept de ouders op hun verantwoordelijkheid te nemen en samen te werken aan een veilige omgeving voor de kinderen. Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom afgewezen.