ECLI:NL:RBDHA:2024:22612
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot naturalisatie wegens niet onafgebroken samenwoning
Eiser, geboren in 1984 en houder van de Surinaamse nationaliteit, verzocht op 13 juli 2023 om naturalisatie. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek af omdat eiser niet voldeed aan de vereiste van minimaal vijf jaar onafgebroken verblijf in het Koninkrijk, noch aan de verkorte termijn van drie jaar onafgebroken samenwoning met een Nederlandse partner zoals bedoeld in artikel 8 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
Eiser voerde in beroep aan dat hij ruim drie jaar onafgebroken samenwoonde met zijn Nederlandse partner en dat een tijdelijke gezamenlijke verblijf in Suriname de samenwoning niet onderbrak. De rechtbank oordeelde echter dat de periode van ongeveer acht maanden waarin eiser alleen in Suriname verbleef, een substantiële onderbreking vormt die niet kan worden genegeerd. Rechtmatig verblijf op grond van Nederlandse wetgeving en de gezinsherenigingsrichtlijn verandert hieraan niets.
Verder stelde eiser dat zijn situatie bijzondere omstandigheden bevat die afwijking van artikel 8 rechtvaardigen Pro, maar de rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd. Ook de stelling dat in Suriname dezelfde normen gelden als in Nederland werd niet gevolgd. Ten slotte concludeerde de rechtbank dat de hoorplicht niet was geschonden, omdat het horen in bezwaar niet verplicht is indien redelijkerwijs geen twijfel bestaat over het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees terugbetaling van griffierecht en vergoeding van proceskosten af, en wees op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot naturalisatie wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan de onafgebroken samenwoningseis.