ECLI:NL:RVS:2023:2518
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over naturalisatieverzoek wegens verblijfsgat en toelatingseis
Verzoeker diende een naturalisatieverzoek in dat werd afgewezen vanwege een verblijfsgat van ruim twee maanden waarin zij geen geldige verblijfsvergunning had. De rechtbank oordeelde dat verzoeker rechtmatig verblijf had op grond van de Gezinsherenigingsrichtlijn en dat de staatssecretaris ten onrechte niet van de beleidsregels was afgeweken. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de toelatingseis wettelijk is vastgelegd en niet kan worden omzeild door materieel rechtmatig verblijf zonder verblijfsdocument.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat toelating in de zin van de Rijkswet op het Nederlanderschap vereist dat het bevoegd gezag actief instemt met bestendig verblijf, hetgeen moet blijken uit een verblijfsdocument. Materieel rechtmatig verblijf op grond van de Gezinsherenigingsrichtlijn leidt niet tot een doorlopend verblijfsrecht zonder geldige vergunning. De Afdeling bevestigde dat het bevoegd gezag niet van de toelatingseis kan afwijken en dat het aan de wetgever is om eventuele aanpassingen te maken.
Verder oordeelde de Afdeling dat het onderscheid tussen vreemdelingen met en zonder geldig verblijfsdocument een legitiem en proportioneel doel dient en niet in strijd is met het EVRM. Verzoeker had de verlenging van haar verblijfsvergunning tijdig moeten aanvragen. Het hoger beroep is gegrond, de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar worden vernietigd, en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van onafgebroken toelating door een verblijfsgat.