ECLI:NL:RBDHA:2024:22638
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling na gedeeltelijke intrekking beroep en afwijzing verblijfsvergunning
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor toetsing aan EU-recht en een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro. Zij trok haar aanvraag gedeeltelijk in en vroeg de rechtbank om proceskostenvergoeding na afwijzing van haar aanvraag door verweerder.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog aan het beroep tegemoet is gekomen door een besluit te nemen op de aanvraag, ondanks gedeeltelijke intrekking door verzoekster. De aanvraag op grond van artikel 8 EVRM Pro is behandeld en afgewezen, evenals het verzoek om een EU/EER-verblijfsdocument.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe, stelt een vast bedrag van € 437,50 vast vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde en het lichte gewicht van de zaak. Tevens moet verweerder het griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten van € 437,50 en vergoeding van het griffierecht.