Klaagster heeft op 12 februari 2024 een beklag ingediend tegen het verstrekken van gegevens aan de Oekraïense autoriteiten in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. Zij vordert een verbod op kennisname, gebruik en overdracht van deze gegevens, stellende dat sprake is van weigeringsgronden op grond van artikel 5.1.5 Sv.
De rechtbank heeft het beklag op 14 maart 2024 behandeld en de standpunten van klaagster en de officier van justitie gehoord. De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd en ontvankelijk is om over het beklag te beslissen, aangezien klaagster tijdig het beklag heeft ingediend.
De inhoudelijke beoordeling richt zich op de vraag of de weigeringsgronden van artikel 5.1.5 Sv, met name het vierde en vijfde lid, van toepassing zijn. De rechtbank concludeert dat de strafrechtelijke onderzoeken in Oekraïne niet leiden tot een politiek gemotiveerde vervolging of discriminatoire vervolging. Het verzoek tot rechtshulp is gebaseerd op het Europees Verdrag en het aanvullend protocol, en het interstatelijke vertrouwensbeginsel is van toepassing.
Hoewel de wettelijke termijn van dertig dagen voor de beschikking is overschreden, heeft dit geen gevolgen voor de beoordeling. De rechtbank verklaart het beklag ongegrond en wijst het verzoek van klaagster af.